Ouders die een intelligentieonderzoek overwegen, willen vooraf weten wat ze krijgen. Daarom laten we hier zien hoe een WISC-V-NL-rapport van onze praktijk is opgebouwd: welke onderdelen erin staan, wat de vijf indexen betekenen en hoe je de scores leest. De cijfers hieronder zijn fictief en dienen alleen ter illustratie. Het onderzoek wordt afgenomen en beschreven door onze orthopedagoog (SKJ-geregistreerd) in Broek op Langedijk, regio Alkmaar.
De Wechsler Intelligence Scale for Children – vijfde editie (WISC-V-NL) is de meest gebruikte intelligentietest voor kinderen van 6 tot en met 16 jaar in Nederland. De test wordt individueel afgenomen en brengt de cognitieve capaciteiten van een kind in kaart op vijf gebieden (indexen) plus een totaal-IQ.
Een WISC-V-verslag van Meester Andreas bevat altijd deze onderdelen:
| Index | 90%-betrouwbaarheidsinterval | Interpretatie |
|---|---|---|
| Verbaal Begrip (VBI) | 91 – 105 | Gemiddeld |
| Visueel Ruimtelijk (VRI) | 85 – 103 | Laaggemiddeld – gemiddeld |
| Fluid Redeneren (FRI) | 95 – 108 | Gemiddeld |
| Werkgeheugen (WgI) | 105 – 111 | Gemiddeld – hooggemiddeld |
| Verwerkingssnelheid (VsI) | 80 – 89 | Laaggemiddeld |
| Totaal IQ | 93 – 105 | Gemiddeld |
Interpretatie volgens Ruiter, Hurks en Timmerman (2017). Bij de WISC-V werken we met een 90%-betrouwbaarheidsinterval: de werkelijke score van het kind ligt met 90% zekerheid binnen die bandbreedte. Eén los getal zegt minder dan zo'n interval, omdat elke test een meetfout heeft.
IQ-scores en indexscores zijn zo geschaald dat het gemiddelde 100 is met een standaarddeviatie van 15. Ongeveer 68% van alle kinderen scoort tussen 85 en 115 (gemiddeld), ongeveer 95% tussen 70 en 130. Scores van 80–89 noemen we laaggemiddeld, 110–119 hooggemiddeld, 120–129 hoog en 130 of hoger zeer hoog. In het rapport tekenen we de scores in op deze normaalverdeling, zodat je in één oogopslag ziet hoe ze zich tot elkaar verhouden.
Het vermogen om verbaal te redeneren en gedachten uit te drukken. Geeft ook een indruk van de kennis die een kind op school en in het dagelijks leven heeft opgedaan.
Het analyseren en verwerken van visuele informatie: deel-geheelrelaties zien, visuele integratie en inzicht in ruimtelijke figuren.
Het probleemoplossend vermogen: nieuwe informatie verwerken, inzicht in vraagstukken, oorzaak-gevolgrelaties ontdekken, onderliggende concepten herkennen en logisch redeneren.
Het kort onthouden en bewerken van eenvoudige informatie. Het werkgeheugen ligt aan de basis van leren, bijvoorbeeld bij het onthouden van instructies en nieuwe informatie.
Hoe snel een kind eenvoudige informatie verwerkt en beslissingen neemt. Aandacht speelt hierbij een grote rol. Verwerkingssnelheid hangt samen met het automatiseren van nieuwe vaardigheden, zoals lezen en rekenen.
Waar zinvol vergelijken we de Algemene Intellectuele Vaardigheid (AVI, minder beïnvloed door werkgeheugen en verwerkingssnelheid) met de Cognitieve Competentie Index (CCI, juist over werkgeheugen en verwerkingssnelheid) en het totaal-IQ. Dat laat zien of een kind meer in zijn mars heeft dan het totaal-IQ suggereert.
De waarde zit niet in het getal, maar in de conclusie en de adviezen. Die vertalen het intelligentieprofiel naar de praktijk: welke ondersteuning heeft het kind nodig op school, hoe voorkom je overvraging, en welke sterke kanten kun je inzetten. Het rapport is bruikbaar in gesprekken met school en, waar nodig, voor vervolgtrajecten.
Lees meer over intelligentieonderzoek bij Meester Andreas (werkwijze, duur en tarief) of plan een gratis adviesgesprek om te bespreken of onderzoek zinvol is voor jouw kind. Bellen of appen kan ook: 06 40 42 29 17.
Meester Andreas B.V.
Bijlestaal 40T
1721 PV Broek op Langedijk