Je kind leest de tekst netjes voor. Elk woord klopt. En dan komen de vragen, en het weet niets meer. De Cito-score valt tegen, de leerkracht zegt dat het aan begrijpend lezen ligt, en niemand kan je precies vertellen waarom.

Dat komt doordat begrijpend lezen geen los vak is. Het is de uitkomst van vier dingen die samen moeten werken. Zakt er één weg, dan zakt de score. In dit stuk lees je welke vier dat zijn, hoe je in een kwartier achterhaalt welke bij jouw kind hapert, welke strategieën echt helpen en wanneer een cursus zinvol is.

Wat is begrijpend lezen eigenlijk?

Begrijpend lezen is snappen wat er in een tekst staat, ook als het antwoord er niet letterlijk in staat. Daarvoor moeten vier dingen tegelijk kloppen: je kind moet de woorden vlot kunnen ontcijferen, genoeg woorden kennen, iets weten over het onderwerp, en tijdens het lezen actief meedenken.

Dat verklaart waarom "gewoon meer oefenen met begrijpend lezen" vaak weinig doet. Als de woordenschat het probleem is, helpen extra oefenteksten niet. Je moet weten welke van de vier het is.

De vier oorzaken van een lage score

Technisch lezen kost nog te veel energie

Je kind kan lezen, maar het gaat langzaam en met inspanning. Alle aandacht gaat naar het ontcijferen. Er blijft niets over voor betekenis. Dit zie je vooral in groep 5 en 6, en bij kinderen met dyslexie.

Eerste stap: werk aan leestempo, niet aan begrip. Herhaald lezen van dezelfde korte tekst is hier de beste oefening.

Te kleine woordenschat

Je kind leest vlot, maar struikelt over de woorden zelf. Bij een tekst over vulkanen zijn magma, uitbarsting en gesteente drie onbekende woorden, en dan is het verhaal weg. Woordenschat is de sterkste voorspeller van begrijpend lezen.

Eerste stap: laat je kind onbekende woorden onderstrepen en pak er drie per tekst.

Te weinig voorkennis

Je kind kent de woorden, maar heeft geen idee waar de tekst over gaat. Een artikel over de Elfstedentocht leest heel anders als je weet wat schaatsen op natuurijs is. Voorkennis is de haak waar nieuwe informatie aan blijft hangen.

Eerste stap: praat twee minuten over het onderwerp voordat je kind begint te lezen.

Geen strategie

Je kind leest, maar denkt niet mee. Het merkt niet dat het de draad kwijt is, en leest gewoon door tot de laatste zin. Dit is de meest voorkomende oorzaak bij kinderen die technisch prima lezen.

Eerste stap: laat je kind na elke alinea in één zin zeggen waar het over ging.

Zo achterhaal je de oorzaak bij jouw kind

Pak een tekst van een half A4 die je kind niet kent. Doe deze drie dingen.

Laat één alinea lezen en vraag om een samenvatting in één zin. Lukt dat niet, terwijl het lezen zelf vlot ging? Dan zit het in strategie.

Vraag naar drie woorden uit de tekst. Weet je kind ze niet, dan is woordenschat het probleem.

Vraag vooraf wat je kind al wist over het onderwerp. Komt er niets, dan is het voorkennis.

Kijk naar hoe het lezen zelf ging. Traag, hakkelend, met veel herstellen? Dan is technisch lezen de eerste stap, en heeft werken aan begrip nog geen zin. Herken je daarbij ook grillige spelling, lees dan verder over de signalen van dyslexie.

Vaak zijn het er twee tegelijk. Begin dan bij de onderste laag: eerst technisch lezen, dan woordenschat, dan strategie.

Leesstrategieën die werken

Voorspellen op basis van titel en kopjes

Voordat je kind leest: waar zou dit over gaan? Dit activeert de voorkennis en geeft de hersenen iets om aan vast te maken. Kost dertig seconden.

Alinea voor alinea samenvatten

Na elke alinea één zin. Lukt dat niet, dan ga je terug. Niet drie bladzijden later. Dit is de kernvaardigheid die zwakke lezers missen: merken dat je het niet meer volgt.

Signaalwoorden herkennen

Want, hoewel, daardoor, toch. Deze woorden vertellen wat er komt. "Hoewel" betekent dat er een tegenstelling aankomt. Kinderen die deze woorden overslaan, missen de structuur van de tekst.

Verwijswoorden ontrafelen

Dit, zij, daarmee, die. Vraag bij zulke woorden: naar wie of wat verwijst dit? Dit is een van de meest voorkomende struikelblokken in Cito-teksten en tegelijk een van de makkelijkste om te oefenen.

Vragen stellen tijdens het lezen

Leer je kind zichzelf te onderbreken. "Snap ik dit nog?" en "waarom zou dat zo zijn?" Dat is precies wat het streefniveau van begrijpend lezen vraagt: conclusies trekken die er niet letterlijk staan.

Tekstsoort herkennen

Een verhaal lees je anders dan een handleiding. Laat je kind eerst vaststellen wat voor tekst het is en wat het dus kan verwachten. Meer achtergrond over lezen en wat werkt vind je bij Stichting Lezen.

Oefenen thuis: vijftien minuten, twee keer per week

Gebruik teksten uit het echte leven. Nieuwsberichten voor kinderen, een recept, een handleiding, een sportverslag, de achterkant van een pak. Werkbladen mogen ook, maar ze zijn niet nodig.

Zo doe je het:

  1. Twee minuten praten over het onderwerp.
  2. Je kind leest één alinea.
  3. Samenvatten in één zin.
  4. Volgende alinea. Herhaal.
  5. Na afloop één vraag waarvan het antwoord niet in de tekst staat.

Dat is alles. Het praten erover is belangrijker dan het invullen. Een tekst met tien vragen erachter traint het invullen van vragen. Het gesprek traint het begrijpen.

Plan een gratis kennismakingsgesprek →

Woordenschat: de stille motor

Van de vier oorzaken is dit degene die het langzaamst verandert en het meeste oplevert. Drie manieren om eraan te bouwen.

Voorlezen boven het niveau van je kind. Dit stopt bij veel gezinnen zodra een kind zelf kan lezen. Zonde. Bij voorlezen kun je teksten aan die je kind zelf nog niet aankan, en juist daar zitten de nieuwe woorden. Voorlezen in groep 6, 7 en 8 is nuttig.

Woorden uitleggen in context, niet als lijstje. Een woord dat je tegenkomt in een verhaal blijft beter hangen dan een woord uit een rijtje. Leg uit op het moment dat het voorbijkomt.

Herhalen over meerdere dagen. Een nieuw woord moet je een paar keer tegenkomen voordat het van jou is. Kom er de dagen erna nog even op terug.

Gaat het bij jouw kind ook mis op spelling of rekenen? Lees dan ook spelling oefenen in groep 5 of rekenen oefenen in groep 5 tot en met 7.

Wanneer is een cursus begrijpend lezen zinvol?

Eerlijk antwoord: niet altijd. Als je kind vlot leest, een normale woordenschat heeft en alleen de strategie mist, kom je thuis vaak een heel eind met wat hierboven staat.

Begeleiding is wél verstandig in deze situaties:

  • De score blijft achter over meerdere meetmomenten, ondanks dat er thuis en op school geoefend wordt.
  • De overgang naar de middelbare school komt eraan. Begrijpend lezen bepaalt daar de prestaties bij bijna elk vak.
  • Je weet niet welke van de vier oorzaken het is, en gokken kost tijd die je niet hebt.
  • Het oefenen thuis belast de relatie met je kind.

Hoe dat er bij ons uitziet: we beginnen met vaststellen welke van de vier oorzaken speelt. Daarna krijgt je kind gerichte instructie in de strategieën die passen bij wat er ontbreekt. Vervolgens brengen we het over naar het echte schoolwerk, want daar moet het uiteindelijk werken. Jij oefent thuis mee volgens een programma dat wij elke week bijstellen. Zo werkt de thuisaanpak.

We doen geen beloftes over scores of over hoe snel het gaat. Dat verschilt te veel per kind.

Veelgestelde vragen

Waarom scoort mijn kind goed op technisch lezen maar slecht op begrijpend lezen?

Dat zijn twee verschillende vaardigheden. Technisch lezen gaat over vlot ontcijferen. Begrijpend lezen gaat over betekenis. Gaat het ontcijferen goed en het begrijpen niet, dan zit het probleem meestal in woordenschat, voorkennis of strategie.

Helpt meer lezen vanzelf?

Deels. Veel lezen bouwt woordenschat en achtergrondkennis op, en dat is de belangrijkste basis. Maar strategie leert een kind er niet vanzelf bij. Daar is instructie en een gesprek over de tekst voor nodig.

Hoe belangrijk is begrijpend lezen voor het schooladvies?

Het weegt mee in de doorstroomtoets en in het beeld dat school van je kind heeft. Belangrijker nog is wat er daarna gebeurt: op de middelbare school moet je bij vrijwel elk vak teksten kunnen doorgronden, ook bij de exacte vakken.

Werken oefenboekjes begrijpend lezen?

Als je erover praat wel. Als je kind ze alleen invult en jij nakijkt, oefent het vooral het invullen van vragen. Het gesprek over de tekst is het werkzame deel.

Hoe lang duurt het voordat je verbetering ziet?

Dat verschilt sterk per kind en per oorzaak. Strategie is het snelst zichtbaar. Woordenschat kost maanden, omdat je die niet in een paar weken opbouwt. Reken op een periode van consequent oefenen voordat je iets terugziet in de toetsscores.

Tot slot

Zoek eerst de oorzaak, kies dan de aanpak. Praat over de tekst voordat je kind leest, laat elke alinea samenvatten, en blijf voorlezen. Twee keer per week een kwartier is genoeg om te beginnen.

Weet je niet welke van de vier oorzaken het is? Dat is precies waar we mee beginnen.

Plan een gratis kennismakingsgesprek →

Plan een gratis kennismakingsgesprek
FAQ
Hoeveel woorden moet mijn kind per keer oefenen?

Acht tot tien per sessie is genoeg. Meer woorden betekent minder aandacht per woord. Belangrijker dan het aantal is dat je kind bij elk woord de stappen doorloopt.

Zijn spellingapps zinvol?

Voor herhaling en voor het oefenen van weetwoorden werken ze prima. Voor het aanleren van een nieuwe categorie meestal niet, omdat je kind daar uitleg en een gesprek bij nodig heeft. Gebruik een app als aanvulling.

Wanneer begint werkwoordspelling echt?

In groep 5 blijft het bij stam en stam met t in de tegenwoordige tijd. Vanaf groep 6 komt de verleden tijd erbij, en in groep 7 het voltooid deelwoord. Loopt je kind in groep 5 vast op werkwoorden, kijk dan eerst of de basiscategorieën wel zitten.

Mijn kind kent de spellingregel maar past hem niet toe. Wat nu?

Dat is normaal en het betekent dat stap 2 nog niet zit: het herkennen van de categorie. Ga meer sorteren en minder schrijven. Laat je kind bij elk woord eerst zeggen welke categorie het is, zonder het op te schrijven.

Moet ik bij spelling de methode van school volgen?

Voor de namen van de categorieën en de manier van uitleggen: ja. Als je kind op school leert over klankgroepen en jij noemt het lettergrepen, ontstaat er verwarring. Vraag de leerkracht welke methode gebruikt wordt. Voor de oefenvorm ben je vrij.

4.9
(268)
beoordelingen
4.9
(268)
Beoordeel ons op Google